Thema: diaconaat in gemeente

Lezing op de Diakendag d.d. 18 januari 2019 – ds. C. van Ruitenburg

We zijn hier als ambtsdragers bij elkaar op deze diakendag. En wat is het een groot voorrecht om zo als broeders van hetzelfde huis met elkaar na te mogen denken over de taak die de Heere op onze schouders heeft gelegd en de verantwoordelijkheid die dat met zich meebrengt.  De meesten van ons zijn diaken, maar er zijn ook enkele ouderlingen en een paar predikanten. Maar mogelijk zijn ook de ouderlingen en predikanten ooit wel diaken geweest, zoals ik en hebben ze ook een diaconaal hart.  

Het diakenambt, een onderschatte roeping, zo luidt het thema voor vandaag. Dan kunnen we bij het ambt van diaken allerlei vragen stellen. Wat is nu eigenlijk een ambt? Wie is het Die roept? Waartoe worden we geroepen? Wat is de taak van een diaken? Kúnnen we dat ambt wel vervullen? Beseffen we dat we in het ambt van God geroepen zijn? Wat betekent het om ambtsdrager te zijn anno 2019? Wat betekent het ambt vandaag de dag nog? En u kunt mogelijk nog wel meer vragen verzinnen.

Maar laat ik nu om met de deur in huis te vallen, beginnen te zeggen dat het ambt zoals we dat mogen bekleden, in ieder geval alles te maken heeft met de zaligheid van zielen op weg en reis naar de eeuwigheid; en dat het alles te maken heeft met Gods eer en Zijn heilige naam. Het is allereerst nodig om dat heel goed te beseffen. Als van dat gewicht iets gevoeld mag worden, dan willen we uiteraard ook weten hoe we dat ambt als mensje, gerezen uit het stof, in moeten vullen in de praktijk. Als we dat gevoel niet hebben en die eis vandaag niet gevoelen, varen we als het ware als een schip in de mist. Dan weten we niet waar we mee bezig zijn en waar we uitkomen. Het is nodig dat die mist op gaat trekken; en wel het liefst zo snel mogelijk. We hopen dat deze diakendag daaraan een steentje bij mag dragen. 

Bent u trouwens een geschikte ambtsdrager? U zegt daarop natuurlijk: nee, dat ben ik niet. En laten we eerlijk zijn; dat klinkt ook wel heel degelijk. We zeggen namelijk niet zomaar van onszelf dat we wel geschikt zijn. Maar vinden we onszelf misschien stiekem toch niet best goed en bekwaam en op bepaalde vlakken zelfs wel deskundig? Wees eens eerlijk. Ja, toch?

Christus als de enige Meester

Misschien mag ik in dit kader ook nog wel een andere vraag stellen. Kúnnen we wel dienen in het ambt zonder de vreze des Heeren? Kunnen we diaken zijn zonder zelf in Christus te zijn? Want wat wordt nu van een diaken gevraagd? Wat zegt Gods Woord daar nu van? Zullen we met elkaar eens proberen gehoorzaam te luisteren naar wat de Schrift zegt? Dat moet onze leidraad toch immers zijn? Als we alleen maar luisteren naar de behoeften van onze tijd en de moderne mens, rangeren we de Schrift op een dood spoor. Dan wordt de Bijbel en daarmee Gods wil buiten spel gezet. En dat kan natuurlijk niet. Nee, Christus moet als de enige Meester gehoord worden. Ook de grote reformator Calvijn heeft gehoorzaam willen luisteren naar wat de Schrift zegt. Laten we de Bijbel daarom maar eens openslaan.

In Handelingen 6 lezen we dat de gemeente opdracht krijgt om uit te zien naar mannen die een goede getuigenis hebben, die vol zijn van de Heilige Geest en van wijsheid. En dan is het is wel duidelijk dat de apostelen hier geen genoegen nemen met mannen die enkel praktische bekwaamheden hebben. En in 1 Timotheüs 3 lezen we van de diakenen die eerbaar moeten zijn, niet tweetongig, zich niet tot veel wijn moeten begeven, en geen vuilgewinzoekers zijn. Houdende de verborgenheid des geloofs in een reine consciëntie.  

We weten ook uit Efeze 4 dat de ambten door Christus gegeven zijn als een hemelvaartsgave. Het gaat bij het dienen in Gods koninkrijk er dan ook om dat we allen mogen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van de Zone Gods. De kanttekening bij Efeze 4 zegt dat de ambten in Gods kerk zijn ingesteld opdat de leden meer en meer samengevoegd of volmaakt gesteld zouden worden. Dat is het doel. En dat zou ook ons hoogste doel moeten zijn in het dienen. Zielen brengen tot enige kennis van Christus. 

De ambten zijn er tot volmaking der heiligen, tot het werk der bediening om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot de opbouw van het lichaam van Christus, zegt Paulus. Laten we het altijd maar voor ogen proberen te houden broeders. Het gaat niet om óns dienen en niet om wat de mens doet, maar door de ambten handelt de verhoogde Christus in Zijn gemeente. Door het leraarsambt onderwijst Hij als Hoogste Profeet. Door het ouderlingambt leidt Hij en door het diakenambt verzorgt Hij Zijn kudde. Bijbels diaconaat is dienen in navolging van de grote Dienaar. Diaken zijn is geen maatschappelijk werk verrichten en de diaconie is ook geen liefdadigheidsinstelling, maar wil uitvoering geven aan het priesterlijke ambt van Christus in de gemeente.

In het Oude Testament was de offerdienst de taak van de priesters. Zij brachten offers voor verzoening, dankoffers en lofoffers. In het Nieuwe Testament heeft Christus deze offerdienst vervuld. Toch heeft het offer in de nieuwtestamentische gemeente nog steeds een plaats, als een gave uit dankbaarheid. De diaken mag deze offers verzamelen, bewaken, bewaren en uitdelen. Hij mag er de kwetsbaren in de gemeente mee helpen. Hij doet dit in navolging van Christus, de Dienaar bij uitstek, Die niet kwam om gediend te worden, maar om te dienen, Die rijk was, maar arm wilde worden, om armen, kreupelen en blinden op te zoeken in hun nood, om zondaren zalig te maken. Ambtsdrager zijn is dus een dienen van Hem en van elkaar met de nadruk op dienen. Het heeft dus niets te maken met heerszucht of zo. Het is een instelling van God waar we allemaal onder hebben te buigen. Maar het is ook 'met troostelijke redenen uit het Woord Gods, aan de armen en ellendigen hulp bewijzen,' zegt het formulier om ouderlingen en diakenen te bevestigen. In Handelingen 6, waar het gaat over de instelling van het ambt, lezen we dat het niet betamelijk is om het Woord Gods na te laten.

“Is het wel met uw ziel?”

Wat houdt dat nu in voor de praktijk? Nou, dat betekent onder andere dat ambtsdragers zich niet moeten vastbijten in maatschappelijke en politieke activiteiten en hun eigenlijke taak verzaken. Dat betekent dat het gaat om zielen in de gemeente en daarbuiten op weg en reis naar de eeuwigheid. Dat het gaat om de rechtvaardiging van de goddeloze. Weet u wat dat ook betekent? Dat u niet kunt dienen zoals Christus dat bedoeld heeft, als u niet zelf in Christus bent ingelijfd. Want hoe zouden de zielen van onze medemens nu echt kunnen wegen als we hier zelf vreemdeling van zijn? Mag ik die vraag vandaag in alle ernst in uw midden neerleggen? Hoe is dat nu met ons? Dát is namelijk een eerste vereiste om het diaken ambt of een ander ambt in de kerk goed te kunnen vervullen. Persoonlijke bekering is onmisbaar. Het elkaar helpen en bijstaan in de gemeente. In onze woonplaats. De wereld om ons heen, waar soms heel veel nood is, kan niet zonder enige kennis van de zaligheid. Als er geen ware vrede in het hart is, zal er ook niet zomaar vrede gezocht worden in de wereld om ons heen. Dan wegen de zielen van onze medemens niet. Of vind u dat te stellig gezegd? Nee toch?

U zult het ongetwijfeld met me eens zijn dat de Bijbel er geen doekjes om windt over wat van een ambtsdrager wordt gevraagd. Ook als het gaat om de vreze des Heeren. Maar misschien kunt u, of durft u, daar vandaag van uzelf niet te zeggen daar kennis aan te hebben. Dan hoop ik maar dat het wel een voortdurende worsteling voor u mag zijn aan de troon van Gods genade, of Hij als de grote Ambtsdrager in de hemel u vervullen wil met Zijn genade in het persoonlijke leven, maar ook in het ambtelijke leven. Maar weet daarbij ook: wat bij mensen onmogelijk is, dat is nu mogelijk bij God!

Moet dat dan in het diaconaat niet het belangrijkste zijn? Die arme zielen! Zouden we dan ook niet aan allen die we hulp mogen verlenen moeten vragen: is het wel met uw ziél?

Het gevaar bestaat namelijk dat we wel willen helpen, maar helpen om te willen helpen. Dat we het doen om daarmee allen maar een goede daad te doen. Dat we willen zorgen omdat mensen zo zielig zijn of honger hebben. Omdat ze geen kleding hebben en noem maar op. Het moet zeker aandacht hebben hoor. Maar wegen de zielen net zo zwaar? Of minder zwaar? Of mogen ze zwaarder wegen? Ga het eens na voor uzelf. En wat is het grote gebod ook alweer? God liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf, toch? Wel, al ons dienen en bezig zijn moet dan ook voortkomen uit onze liefde tot God in Christus. Want al ónze werken zijn met zonden bevlekt en hebben verzoening nodig door het dierbare bloed van Christus.

Ingeplant in Christus

U begrijpt het wel. We kunnen veel deskundigheid in huis hebben, maar daarmee zijn we nog geen geschikte ambtsdrager. Deskundigheid zonder de vreze des Heeren ruïneert de kerk. Calvijn zegt daarover dat het de val en ondergang van de kerk betekent. Een ambtsdrager die werkelijk vruchtbaar en zegenrijk arbeid wil verrichten, heeft het ingeplant zijn in Christus onmisbaar nodig. Zoals elk mens dat overigens nodig heeft. En van daaruit komt er dan een ware begeerte om te mogen dienen uit kracht die God verleent en anderen voor Christus te gewinnen.

Ja, dat is voor predikanten zo; en voor ouderlingen. Maar is dat voor diakenen dan ook zo? Ja, zeker! Wat zijn er ook veel mooie momenten en gelegenheden in het diaconaat om de medemens te mogen helpen in de tijdelijke nood, met het Woord van God in de hand! Om mensen in de tijdelijk nood ook te mogen wijzen op de mogelijkheid van zalig worden in Die ene Naam gegeven onder de hemel waardoor we moeten en kunnen zalig worden. O, als de zielen mogen wegen, zullen we die momenten ook niet onbenut laten.

Juist de nood en zorg van mensen zou de Heere kunnen gebruiken om uit te drijven naar Hem. Juist als de mens het niet meer weet en moet ervaren dat hij zo klein en zwak is, wil de Heere vaak zo wonderlijk spreken. Daar wil Hij ook de tijdelijke zorg nog weleens voor gebruiken. Zijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Wat groot als de Heere dan in zulke omstandigheden het Woord gaat gebruiken om te troosten, te onderwijzen, te bemoedigen.

Broeders, wat is diaken zijn daarom een ontzettend mooie taak! Wat een verwaardiging om zo te mogen dienen! Buig dan de knieën maar voor elk diaconaal bezoek of de Heere iets wil geven van de bewogenheid met zielen. En als u niet weet wat u spreken moet, vraag maar: Heere geeft U de Woorden te spreken die U wilt dat ik spreken zal.  

Het behaagt de Heere ook nog steeds om in de weg van de ambtelijke bediening mensen te redden van de diepste levensnood. Ja, ambtswerk is eeuwigheidswerk. Als u nog eens het middel mag zijn om één mens van de dwaling van zijn weg te bekeren, dan hebt u een ziel van de dood behouden en menigte der zonden bedekt zegt Jacobus (Jac 5: 20). Weet u, nog nooit is ook een mens die zo geholpen en op Gods Woord gewezen werd, zo blij geweest als juist die mens, die door de ambtelijke bediening gezegend werd en vrede vond met God.

Uitzien naar het Woord

We hebben het met onze eigen ogen gezien toen we voor Bijzondere Noden in Jordanië geweest zijn. We hebben daar, broeders, zielen ontmoet die verdreven waren van huis en haard. Uit Syrië waar die vreselijke oorlog woedde. Uit Irak. Berooide mensen die alleen nog maar een paar kleren over hadden. We spraken daar een man uit Saoedi Arabië. Hij leefde in zijn land met zijn vrouw en kinderen en bezocht de Moskee. Maar diep in zijn binnenste hoorde hij een stem dat hij niet op de juiste weg was. Dat er een God is in de hemel. En op een nacht toen hij niet slapen kon is hij toen in de auto gestapt en is hij 75 kilometer de woestijn in gereden. Hij is daar uitgestapt en heeft daar naar de heldere hemel gekeken waar de sterren aan het firmament stonden te schitteren. Daar heeft hij gevraagd: "Heere als u bestaat, wilt U dan spreken?" En, zo zei hij: "Toen hoorde ik een stem uit de hemel! Ik heb het nog een keer gevraagd en hoorde weer een stem uit de hemel. Toen dacht ik: Die God wil ik leren kennen. Ik ben naar huis gegaan. Ik heb op internet gezocht naar een plaats waar ik een Bijbel kon halen. Het dichtstbijzijnde land was Jemen. Ik ben naar Jemen gereisd, heb daar een Bijbel gekocht en ben weer terug gegaan. Maar bij de douane werd ik opgepakt, werd m’n Bijbel afgepakt en werd ik in de gevangenis geworpen. Ik kreeg daar elke dag zweepslagen totdat mijn rug ervan bloedde. Na twee maanden werd ik weer vrijgelaten en keerde ik terug naar mijn huis. Daar was huiszoeking gedaan en was alles overhoop gehaald. We zijn toen met het hele gezin gevlucht naar Jordanië, omdat we ons leven niet meer zeker waren."

Daar zat hij nu in die grote stad Aman, met de Bijbel in zijn hand. Een glans op zijn gezicht. "Dan ben je nu wel boos op God zeker?" zo vroeg ik hem. "Nee," zei hij. "Juist niet! Ik ben Hem zo dankbaar dat Hij mij in Zijn voorzienigheid onder Zijn Woord bracht." Hij leest nu elke dag minimaal drie uur in Gods Woord. Hij is op zoek naar behoud voor Zijn ziel. Hij heeft nog steeds maar weinig voedsel en moet met alles geholpen woorden, want werk is er ook niet voor hem. Vanuit Bijzondere Noden mag hij geholpen worden. En ondanks al die moeiten is hij blij! Hij vindt vreugde in Gods Woord.

En zijn vrouw? Ze is helaas niet zo aan dat Woord verbonden als hij en blijft bij het oude. Toch houdt hij haar het Woord wel voor. Hij kan ook niet anders. Toen vertelde hij dat hij altijd een paar kleine briefjes in zijn Bijbel stak, om te kunnen zien of ze er misschien toch wel eens in las. Hij merkte dat dit zo was, toen er een briefje verdwenen was. Zijn gezicht glansde toen hij dit vertelde. Daar zag hij nu zó naar uit. Begrijpt u?

"En nu zijn we broeders in Christus," zei hij. En ja, toen dacht ik: Ho! Nu loop je te hard van stapel makker. We zijn dat ook zo niet gewend hè, dat we zeggen ‘broeders in Christus’ te zijn? Maar toen ik verder vroeg hoe het dan nu met hem is, zei hij: "Ik kom er steeds meer achter dat ik zondaar ben en blijf. Toen klonk het toch weer heel vertrouwd. Het was alsof hij met de blindgeborene zei: ik weet dat ik blind was, maar nu zie. Maar Wie is Hij Heere dat ik in Hem gelove.

Begrijpt u? Hij zag uit naar het Woord. Hij wilde Gods stem horen en zocht naar een geborgen zijn in Christus, als ik me niet vergis. En daarbij had hij ook zijn vrouw en kinderen niet meer over voor de rampzaligheid. Dat moet nu ook ons doel zijn. Zielen helpen met brood, maar bovenal wijzen op dat Brood des levens. Hulp verlenen met Gods Woord in de hand, opdat zielen voor Christus gewonnen mogen worden.

Zo mag dat bij Bijzondere noden gebeuren in de verschillende projecten van structurele hulp bij bijvoorbeeld de weeskinderen in Nigeria. De blindenschool in Zimbabwe. Diaconale hulp in Roemenië of op Papua. Maar ook als er acuut hulp verleend moet worden. Zoals bijvoorbeeld aan vluchtelingen in Lesbos. Bij overstromingen en aardbevingen. En bij de vervolgde kerk, zoals in Jordanië en Zuid Korea.

Maar dat mag ook in ons Nederland. Denkt u maar aan de zorg voor onze ouderen. De zorg voor onze jongeren, die niet meer thuis kunnen wonen bijvoorbeeld. Voor de verslaafden. Voor psychische noden bij de Oase in Ouddorp. DMZ mag daar een klein steentje aan bijdragen, door mee te denken, te initiëren en te motiveren. En natuurlijk niet te vergeten heel dichtbij, in uw gemeente! Groot of klein. Ja, eerst de huisgenoten des geloofs. En dat alles ook bij Gods Woord. Wat een zegen, vindt u niet?

Dienen met de beste gaven

Sta er maar naar, broeders, om de Heere met de beste gaven te dienen. Sta ernaar om de Heere in het ambt te dienen. In Hebreeën 13: 16+17 lezen we: "En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet; want aan zodanige offerande heeft God een welbehagen. Zijt uw voorgangeren gehoorzaam en zijt hun onderdanig; want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende; want dat is u niet nuttig." De Bijbel met uitleg zegt daar iets moois over. De offers die gebracht moeten worden, dienen zowel in woorden tot uitdrukking gebracht te worden als in daden (weldadigheid en mededeelzaamheid). Zúlke offers behagen God. Onder weldadigheid verstaan we het weldoen aan armen, zieken, hulpbehoevenden, enz. en onder mededeelzaamheid verstaan we het anderen laten meedelen in wat God ons heeft toevertrouwd. We dienen te waken over het welzijn van de aan ons toevertrouwde zielen. Wetend daar straks ook verantwoording voor af te moeten leggen. En dat nu niet al zuchtende te hoeven doen, maar in de wetenschap dat de Heere ook middellijk wil werken. Dat Hij daarvoor nietige mensjes uit het stof gebruiken wil. Dat Hij u geroepen heeft tot die taak. Dan mag er ook verwachting zijn van het werk dat biddend gedaan mag worden.

Zo mag u dienen! Zoals ook Christus gediend heeft. In Lukas 22: 25 en 26. Daar heeft Christus het tegen Zijn discipelen gezegd: de koningen der volken heersen over hen; en die macht over hen hebben, worden weldadige heren genaamd. Doch gij niet alzo; maar de meeste onder u, die zij gelijk de minste en die voorganger is, als één die dient. Met andere woorden: de meeste is die de heilige kunst verstaat om de minste te zijn. In navolging van Christus, want ook Hij was in het midden van de Zijnen als Eén Die diende. Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen. Hij was tevoren bekleed met heerlijkheid Die Hij bij Zijn Vader had. Maar Hij heeft Zich ontdaan van Zijn heerlijke staat. Zichzelf vernietigd, de gestaltenis van een dienstknecht aangenomen hebbende. Gehoorzaam geworden zijnde tot de dood, ja de dood des kruises.

Blijven luisteren naar Gods Woord

Hoe is dat in 2019? Ik kan u verzekeren; dat valt echt niet mee. We leven in een wereld waar satan rondgaat als een briesende om de huwelijken en gezinnen te ontwrichten. Kijk maar om u heen. Ik hoef u de voorbeelden niet te noemen. Maar we weten dat er machten bezig zijn om de fundamenten van het ambt te ondergraven. Ik noem u bijvoorbeeld de macht van de secularisatie. De macht van de theologische verleiding. De macht van de tijdgeest. Wat bedoel ik? Wel dit; de kerk mag er wel zijn, als ze maar op politieke maatschappelijke lees geschoeid is en daarvan niet afwijkt. Er wordt zoveel in de mens gelegd dat vrije genade alleen, en het woord wedergeboorte niet meer genoemd mag worden. Het moet ook allemaal goed ‘voelen’. Daarbij is alles op de mens gericht in plaats van op God. We kijken zo horizontaal in plaats van verticaal; naar boven. De kerk wordt verder en verder weggedrongen naar de rand van de maatschappij. En als we niet uitkijken, raken we onbewust in de greep van het wereldse denken.

Wat moeten we dan doen? Wat we moeten doen is heel eenvoudig blijven luisteren naar Gods Woord. Bidden; Heere wat wilt Gij dat ik doen zal? Leer ons naar Uw wil te handelen, ‘k zal dan in Uw waarheid wandelen, neig mijn hart en voeg het saam tot de vrees van Uwe Naam.

Zullen we het met elkaar maar zingen dan: Psalm 108: 1

Mijn hart, o Hemelmajesteit,
Is tot Uw dienst en lof bereid;
'k Zal zingen voor den Opperheer;
'k Zal psalmen zingen tot Zijn eer.
Gij zachte harp, gij schelle luit,
Waakt op; dat niets uw klanken stuit.
'k Zal in den dageraad ontwaken,
En met gezang mijn God genaken.