Thema: persoonlijk

Ken je dat gevoel dat je wel eens even weg zou willen vliegen? Weg van alle vragen, weg van alle stemmen om je heen, weg van al je verantwoordelijkheden. Vrij. Zo vrij als een vogel. Vrij om te doen en te laten wat je zelf op dat moment wil. Ik kom het in de spreekkamer regelmatig tegen, vaak voortkomend uit het gevoel het leven even niet meer aan te kunnen. En ik denk dat we het gevoel allemaal wel kennen: na een drukke werkdag, op momenten dat je zelf of je gezinsleden niet zo goed in hun vel zitten, op momenten dat er besluiten moeten worden genomen waar je niet goed raad mee weet. Behoefte aan rust. Aan even niks hoeven.

Op zich niets mis mee om even te verlangen naar rust, naar ruimte, naar vrijheid. Goed ook om op te merken en op onderzoek uit te gaan: waar komt die hang naar vrijheid eigenlijk vandaan?

Zoals in de eerder geschetste voorbeelden, is het een gevolg van een last die op de schouders drukt en die (te) zwaar dreigt te worden. Vrijheid kan dan gelijk staan aan afstand nemen en van een afstandje bezien. Vrijheid heeft op zo’n moment een functie, namelijk het opdoen van energie om er weer tegenaan te kunnen in het werk, in het gezin; op de plaats waar we mogen staan in de maatschappij.

En misschien mogen we dan ook het voorbeeld van een vogel wel hierin doortrekken: als er gevaar dreigt, cirkelt de vogel boven zijn nest om zijn jongen te beschermen. De vogel neemt ook afstand van zijn jongen, niet om ze alleen te laten, maar om ze te beschermen.

Deze vorm van afstand nemen is goed en is met regelmatig nodig. Er wordt in de spreekkamer dan ook vaak uitgebreid bij stilgestaan. Vrijheid van taken, van verplichtingen met als doel de verantwoordelijkheden weer te kunnen oppakken.

In de maatschappij wordt momenteel ook veel gesproken én geroepen over vrijheid: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, vrijheid van gender …. En toch ervaren mensen in mijn omgeving geen vrijheid, maar dwang: het gevoel vogelvrij te zijn verklaard. Een lastig probleem wat in veel gezinnen en organisaties onrust geeft. Het werpt de vraag op of volledige vrijheid wel bestaat.

Als je vrij bent om een eigen woonplaats te kiezen, ben je gebonden aan de huizen die daar beschikbaar zijn. Als je vrij bent om een eigen partner te kiezen, ben je gebonden aan die trouwbelofte. Die doe je vrijwillig, maar heeft wel consequenties. Dan kun je niet zonder overleg zeggen “ik ga nu eens even een week wat voor mezelf doen”, want dat heeft als consequentie dat je je partner 7 dagen lang verantwoordelijk maakt voor het huis, voor het gezin, voor het eten wat gekookt moet worden, enz. De ruimte die de één inneemt kan niet door de ander ingenomen worden. Niet op praktisch gebied, maar ook niet op moreel, sociaal-emotioneel of psychisch gebied. We zijn vrij, maar wel binnen gebondenheid. Gebondenheid aan wetten, aan regels, aan afspraken. Een keuze heeft gevolgen. En met het maken van de keuze, kiezen we ook voor de gevolgen.

Het oude verhaal van Daedalos en Ikaros uit de Griekse mythologie wijst ons hierop. Om vrijheid te krijgen, was er geen andere weg dan de lucht. Er werden vleugels gemaakt van bijenwas en veren. Vlogen ze te hoog, dan smolt de was en vlogen ze te laag, dan werden de veren nat. Het gevolg was hetzelfde: neerstorten in de zee. De opdracht was dan ook om de gulden middenweg te kiezen.

Ten diepste hangt vrijheid dus samen met verantwoordelijkheid. We zijn pas echt vrij in het maken van onze keuzes als we bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen en af te leggen. Persoonlijk, richting de mensen om ons heen, richting onze werkgevers, richting de kerkelijke gemeente, richting de maatschappij, over de wetten en regels die gesteld zijn.

En dan komt al snel de vraag om de hoek kijken wie bepaalt wat er in een wet moet. In een atheïstische samenleving, waar hedonisme en egoïsme hoogtij vieren zit daar het grote probleem. Het geen rekening willen houden met God of gebod, het opgaan in de lusten en niet in de lasten, maakt dat we als maatschappij doordraven en innerlijk verdeeld worden. De maatstaf ligt bij ons als mensen, die slechts een klein deel van de werkelijkheid kunnen overzien, in de handen van degenen die het hardst roepen, degenen die gehoor geven aan onze menselijke lusten, aan dat wat in ons straatje past. En moet ons dat als christenen dan niet oproepen om juist de Bijbel ernaast te leggen in een tijd van onrust? De Bijbel die ons leert dat God degene is, die ons Zijn wetten heeft gegeven.

Zou dat ons ten diepste niet moeten leiden naar Gods genadetroon? Naar vrijheid in afhankelijkheid van Hem, Die de raven gebied? Een oud vers zegt “Laat Hem besturen, waken; ’t is wijsheid wat Hij doet.” Dat lost niet alle vragen op, want we hebben ons eigen verstand gekregen om te gebruiken. Maar als die afhankelijkheid ons uitgangspunt is, dan komt er vrijheid. Vrijheid om klein van onszelf, onze oplossingen, onze vrijheid, ons vrij-zijn te denken. Vrijheid omdat we groot van God denken. De gulden weg!

Drs. Suzanne den Breejen-de Groot (psycholoog)