Thema: persoonlijk

We schuiven autootje voor autootje op. Voor ons ook een volle auto, die ons gelukkig de ruimte geeft om in te voegen als we even later bijna de verkeerde afslag nemen. Aan weerszijde de grauwe gebouwen en rookpluimen van allerhande bedrijven. Ik rij met een groep tieners onder de rook van Rotterdam.

Na de behandeling van de 80-jarige oorlog met geschiedenis, mag groep 7 de geschiedenis met eigen ogen gaan bekijken. We zijn daarom op weg naar een stad, die stevig in de geschiedenis verankerd ligt: Delft. Wat is het fijn om weer met elkaar in de auto te zitten! Corona lijkt al weer ver achter ons te liggen, maar op dat moment realiseer ik me hoe ik deze momentjes eigenlijk gemist heb: meeleven, meedoen in de leefwereld van de kinderen. En het valt me dan ook op hoe ze gegroeid zijn in de afgelopen jaren. Letterlijk, maar ook figuurlijk: ze wisselen het laatste nieuws uit, corrigeren elkaar en beschouwen hun schoolleven. Eén ding is gelijk gebleven: de moppen die over de achterbank vliegen.

Het oponthoud valt mee en al snel wandelen we door de stad die historie ademt. Gevelstenen, grachten en standbeelden vertellen het verhaal van het verleden. Mijn gedachten gaan naar ‘vroeger’. Naar alle zaterdagmiddagen die ik daar op de markt liep als kind, omdat mijn vader Delft als tweede woonplek zag; de stad waar hij studeerde op een ijskoud zolderkamertje. Naar de foto’s die we maakten naast het beeldje van Geertrui van Oosten voor een werkstuk op de middelbare school. Naar de keren dat we met de studentenvereniging naar de Koninklijke Porceleyne fles gingen en met vrienden het Vermeercentrum bezochten. Lichte voetstappen uit het nabije verleden.

Inmiddels zijn we aangekomen bij het Prinsenhof en wordt er onder het strenge oog van Willem de Zwijger geravot in de tuin tot we binnen mogen. Een leerzame morgen volgt. De dood van Willem van Oranje en de strijd die er in de Nederlanden woedde omwille van het geloof, komen tot leven. De nieuwe kerk vol symboliek volgt. We bekijken het graf van Willem van Oranje, de ingang van de koninklijke grafkelder en de gebrandschilderde ramen. En als we op een terrasje zitten, zonder jas, op een zonovergoten marktplein midden in oktober, wordt het helemaal een dag met een gouden randje.

Op de terugweg is het aanzienlijk stiller in de auto dan op de heenweg. Er is geen attractie aan te pas gekomen, maar de tieners hebben genoten. Moe van alle indrukken, worden elkaars souvenirs bekeken en de laatste restjes snoep weg gekauwd. Het extra schoolreisje van het jaar zit er weer bijna op.

We zijn onderweg geweest. Letterlijk en figuurlijk. Een reis door de tijd van heden naar verleden. Opdat we niet vergeten; een drievoudig snoer dat niet snel verbroken zal worden. God, Nederland en Oranje. Een God die wonderen werkt en uit het bloed der martelaren het zaad der kerk bouwt. Laten we die bloedprijs niet vergeten en Gods trouw gedenken op reis naar de onbekende toekomst. Zoals het 9e couplet van het Wilhelmus zingt:

Na 't zuur zal ik ontvangen
van God, mijn Heer’, het zoet,
daar na zo doet verlangen
mijn vorstelijk gemoed:
welk is, dat ik mag sterven
met ere in het veld,
een eeuwig rijk verwerven
als een getrouwen held.

Suzanne den Breejen 

Psycholoog bij Stichting De Vluchtheuvel