Thema: opvoeding

We bestempelen een minder fijne ervaring soms te makkelijk als traumatisch. Een echt trauma is niet zomaar een buts of een kras, maar een diepe wond. Een wond die ogenschijnlijk genezen is, maar in werkelijkheid alleen maar bedekt is met een dun vliesje. En daardoor op voor ons onverwachte momenten weer open springt.

Een boze bui die op lijkt te komen uit het niets. Verbale en fysieke agressie. Uitdagend gedrag. Juist een klasgenoot opzoeken waarvan je weet dat de interactie problemen oplevert. Werkweigering. Veel stress. Aandacht vragen voor allerlei kwaaltjes, pijntjes, wondjes die een loep vragen om het serieus te nemen. Niet naar school willen. Op school sociaal wenselijk gedrag laten zien, maar thuis de boel afbreken. Vele vormen van moeilijk verstaanbaar gedrag dat kan samenhangen met een gestelde diagnose. Het kan ook het gevolg zijn van één of meerdere trauma’s.

Het klassenteam van Roy komt me regelmatig halen om hem mee te nemen naar mijn kamer. Hij moet voor de veiligheid van de groep even niet in de klas zijn. Meestal hoor ik hem dan al schreeuwen. Het kost veel tijd om hem al pratend de deur uit te loodsen. Mijn enige doel is om hem, zonder dat ik hem aanraak, mee te krijgen. Wat en hoe deze situatie is ontstaan en hoe we die voortaan kunnen voorkomen, is op dit moment van ondergeschikt belang. Wanneer Roy uiteindelijk het lokaal uit is, neem ik hem mee naar buiten. We lopen een rondje of doen even een boodschapje. Daarna is hij rustig genoeg om een babbeltje te maken. Al pratend komt er veel oud zeer naar boven. Een plaatje in zijn lesboek, de stem van een klasgenoot, een woord dat hij oppikt kan hem uit zijn window off tolerance laten schieten. Of – zoals onze zuiderburen het zo beeldend kunnen zeggen – uit zijn ‘venster van verduren.’ De wond in zijn ziel barst daardoor open. Het vliesje scheurt niet ineens. Het heeft een voor ons vaak verborgen oorzaak.

Voor leerkrachten een frustrerende ervaring. Aan de oppervlakte lijkt er niets aan de hand te zijn. En ontstaat vanuit het niets grote commotie. Onderwijsmensen zijn geen hulpverleners. Wat wij kunnen doen, is goed kijken. Luisteren naar wat ouders over hun kind vertellen. Voorspelbaar zijn. Een dieet van aandacht geven. Dat betekent simpelweg gedurende de dag een lijntje leggen door een positief gebaar, een knipoog. Van verwennen wordt geen kind gelukkig. Wanneer er een probleem ontstaat, dan de wond schoonmaken en bedekken. Genezen valt buiten onze kennis en kunde. We mogen en moeten veel voor deze kwetsbare kinderen bidden. 

Verberg onze kinderen in uw kamers,
O verberg hen en bewaar hen rustig en veilig
Wanneer de zonde toeneemt en het verkeerde
Van alle kanaten op hen afkomt.
En de satan hen verleidt en boosheid van mensen hen verwondt.’

(Naar Elisabeth Elliot)

Anna-Sofie van Dam