Thema: Persoonlijk

Met een gezicht als een oorwurm stapt ze de spreekkamer binnen. “Ik word er helemaal naar van”, verzucht ze. “Vertel, wat is er aan de hand?” Nieuwsgierig kijk ik haar aan. “Nou, ik moet zoveel doen elke dag. Ik word naar van mezelf.

Ik zie een Petra, een gestreste vrouw - en: echtgenote, moeder van twee kinderen, dochter en zus van, werknemer - , bij wie de emmer aardig aan het overlopen is. Gaandeweg het gesprek wordt duidelijk welke klachten ze momenteel ervaart. "Vanmorgen vroeg Rik (3) aan mij waar de Lego lag, en weet je hoe ik reageerde: dat zoek je zelf maar uit!" De intonatie van haar stem maakt me duidelijk dat ze erg prikkelbaar is en heel fel reageert, terwijl daar niet direct een aanleiding voor is. Ook wordt duidelijk dat ze extreem vermoeid is en het niet bijgeslapen krijgt. “En dan dat hoofd!” “Je hoofd?” “Ja, dat hoofd; dat staat nooit stil. Dat gaat alleen maar door. Als ik niet over het ene nadenk, komt het volgende wel weer aan bod. En eigenlijk lost het helemaal niets op.” Ze ontkomt dus ook niet aan piekeren.

Samen praten we door over haar gedachten en komen we erachter dat Petra de hele dag door bezig is met allerlei taken die haar hoofd haar ingeeft. Ze moet van haar gedachten steeds doorgaan, mag niet gaan zitten en komt daarom niet aan ontspanning toe. En als ze daar een poging toe doet, komen er gedachten naar boven die haar bestraffen. Alsof er een papegaai op haar schouder zit die haar snerpend toespreekt: je bent een zwakkeling, je bent een aansteller, schiet nou eens op, enzovoorts. Het gevolg ervan is dat Petra zichzelf blijft verplichten om te luisteren naar deze gedachten en niet aan rust toekomt. En daar wordt ze naar eigen zeggen ‘naar’ van. Ik stel voorzichtig de vraag hoe lang ze dit blijft volhouden.

"Volhouden? Geen idee! Ik moet gewoon door.” “Wie zegt dat je door moet?” Ik zie Petra nadenken en aan haar gezicht zie ik dat ze zich iets realiseert. “Het is die papegaai, die ellendige papegaai!” Juist. Dát is de boosdoener. “Wat zou er gebeuren als jij je minder laat leiden door die papegaai?” Ik leg uit dat het mogelijk is dat die papegaai blijft praten, maar dat je er minder naar luistert. Omdat je de papegaai zo vaak aan het woord laat, zal hij namelijk niet zomaar zijn mond houden. Ook al weet je dat de papegaai (vaak) geen gelijk heeft, zijn stem blijf je gemakkelijk horen. Het is daarom niet goed om te verwachten dat je die stem niet meer hoort, maar meer hoe je omgaat met die stem. Realiseer je dat je niets met zijn boodschappen hoeft, maar dat je ze gewoon aan je voorbij mag laten gaan en mag doen wat je zelf écht wilt doen. Zoals auto’s die voorbijrijden; voordat je er erg in hebt, zijn ze uit het zicht verdwenen. Petra kijkt me aan. Rustig. “Ja, dat ga ik doen. Ik ga die papegaai lekker laten praten en zijn boodschappen als voorbijrijdende auto’s voorbij laten rijden.” Juist, en weet: oefening baart kunst!

Evelyne Sinke-Provily - Psycholoog Stichting De Vluchtheuvel