Thema: Persoonlijk

Paniek. Ik zie het hoofdje van mijn jongste van 9 maanden steeds roder worden. Wat hij ook in zijn mondje gepropt mag hebben, hij krijgt het niet weg. Voor de derde keer braakt hij, maar niets anders dan gal. Ik besef dat snel om hulp vragen een noodzaak wordt. Mijn oudste ziet de ernst en wilt helpen. Ik vraag hem snel de telefoon bij mama neer te leggen. Hij wilt graag 112 intoetsen. Flarden van clientgesprekken over traumatische herinneringen aan soortgelijke gebeurtenissen, schieten al snel door mijn hoofd. Dat wil ik dus niet. Ik vraag hem snel zijn andere broertje af te leiden en daarmee hopelijk ook zichzelf. Als ik mij begin af te vragen of hulp uberhaupt nog op tijd kan komen, roep ik het in mijn hoofd even uit tot God. Ondertussen sla ik maar door op het kleine ruggetje, toets 112 in en vraag om hulp.

Het loopt goed af. Terwijl ik de vragen beantwoord voor de ambulance, kijkt een drijfnat hoofdje mij ineens verbaasd aan. Ik zie dat hij weer ademt. De meldkamer luistert nog even rustig mee en de ambulance wordt geannuleerd. Maar dan de nasleep. De oudste lijkt verbazingwekkend rustig. Bij mij strijdt van binnen de adrenaline met dankbaarheid en opkomende schuldgevoelens. Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

Ik heb even een praatje nodig. Zowel mijn man die onderweg is als een vriendin worden gebeld. Ook de buurvrouw wordt opgetrommeld. Intussen valt er nog een bord van het aanrecht in duizend stukjes en laat mijn stofzuiger het halverwege afweten. Grom. Toch voel ik mij rustiger dan verwacht. Maar een aangebrande geur maakt duidelijk dat mijn hoofd er echt niet bij is. De appelkruimeltaart is aangebrand door de vergeten “gratineer” stand voor het (nu iets te) krokante korstje. Denk ik weer eens te bakken voor visite....’Dat krijg je ervan!’, roep ik met wat zelfspot. Volgende keer is de supermarkt weer goed genoeg.
Inmiddels komt mijn buuf binnen. Ze ziet de scherven, ruikt de taart en kijkt mij aan. Samen zuchten we even diep. ‘Dus..’ ‘Ja, dus..’. Ze stelt nog even gerust dat de halve EHBO vaardigheden redelijk goed zijn ingezet. Alles is beter dan niets doen. Alleen volgende keer niet de arm vergeten onder het lichaam en de vingers bij de kaak.

’s Avonds krijg ik nog wat appjes: ‘Al wat bijgekomen? Wat kan je dan nog malen als de rust is wedergekeerd he?’. Heerlijk zo’n buuf en vriendin, die dat (h)erkennen, aanvoelen en erop inspelen. Maar de schuldgevoelens zijn minder hevig dan verwacht. Wellicht dankzij mijn cursus, waar we de verfrissende methodiek zelf ook ondergaan. Die zorgt ervoor dat je nare gevoelens er meer kan laten zijn in plaats van er tegen te strijden. Hierdoor neemt de impact af en word je milder naar jezelf.
De buuf wordt bedankt voor haar bijstaan. Ik kan het niet laten nog te zeggen dat ik vooral dankbaar ben voor Gods geschonken rust en hulp. Zoiets blijft nou eenmaal spannend om te zeggen, maar anders zou het voelen alsof ik God geen recht deed. Ze antwoordt: ” Als jij dat zo voelt, dan is dat toch mooi”. En zo is het. Een stukje verbinding in onze niet-perfecte-chaotische-moederschap is daarnaast verstevigd. Ja, ook het positieve wordt meer gezien en ervaren. En die kaalgeplukte appeltaart bedolven onder een lading slagroom? Die smaakte misschien wel extra lekker.

Bernadette van Dam-Krikke