Thema: single

"Loop maar achter mij aan, dan zal ik je een plekje wijzen". Ik loop achter de koster aan en kijk rond. Hier en daar zitten een aantal groepjes met mensen. Hij stopt een beetje halverwege de kerkzaal en wijst naar een rij en fluistert: "graag helemaal doorlopen naar het eind van de bank en drie stoelen aan beide kanten leeg laten". Daar zit ik dan, op de bruiloft van mijn vriendin, in mijn eentje midden in de kerk. Ineens grijpt het mij aan, alleen zijn in corona-tijd is tóch echt anders dan daarvoor. Iedereen zit net te ver weg om een praatje mee te maken.

Ik vraag mij af waarom ik het single-zijn nu ineens anders ervaar. De afgelopen jaren heb ik daar nooit zo bij stilgestaan. Ik heb een groot netwerk en voel mij verbonden met veel mensen om mij heen. De kerkdiensten op zondag waren voor mij niet alleen een moment van ontmoeting met God, maar ook met de gemeenteleden om mij heen. Is dat wat ik mis? Veel tijd om er over na te denken heb ik niet, de dienst begint. Het bruidspaar loopt de kerk in en ik voel de blijdschap weer door mijn lijf gaan als ik mijn vriendin zie stralen naast haar man.

Na de dienst rijden we naar de feestlocatie. In de auto denk ik na. Wat maakt dat dit mij overviel in de kerk? Ik denk dat mijn alleen zijn nooit een ding is geweest, omdat ik eigenlijk nooit écht alleen ben. Ik heb fijne vrienden om mee te praten, om dingen mee te delen. Ik ken veel mensen in onze gemeente en voel mij sterk met hen verbonden. Een vriendin die wel eens een arm om mij heen slaat. Een gemeentelid die je even op je schouder tikt en vraagt hoe het gaat. Door Corona is dit weggevallen en dat werd even pijnlijk duidelijk in de kerk.

Maar tegelijkertijd bedenk ik mij dat de ontmoeting met God nooit zal wegvallen door Corona. Hij laat mij mijn zegeningen zien. De arm, die schouder, die moet ik nu even missen, maar de verbinding en de contacten? Die is er nog, ondanks het Coronavirus.

Ellen