Wat doet u als ambtsdrager als er signalen van huiselijk geweld zijn?

De aanpak van huiselijk geweld is als een egel: het prikt altijd! Dit is echter geen reden om als ambtsdrager te doen alsof huiselijk geweld er niet is. Als er signalen zijn van huiselijk geweld mag u dit als ambtsdrager niet negeren.

Waar hebben we het eigenlijk over als we spreken over huiselijk geweld? Huiselijk geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke- of familiekring van het slachtoffer wordt gepleegd. Dit geweld kan zowel lichamelijk, als seksueel of psychisch van aard zijn. Vormen van huiselijk geweld zijn bijvoorbeeld partnergeweld of kindermishandeling. Signalen zijn vaak niet in één oogopslag te herkennen. Vaak zijn het indirecte signalen die aangeven dat het niet goed gaat met iemand. Iemand is teruggetrokken, is angstig of lusteloos. Ook andere signalen kunnen wijzen op vormen van huiselijk geweld.

Relatie en vertrouwen

Erik-Jan Verbruggen, aandachtsfunctionaris huiselijk geweld bij Stichting de Vluchtheuvel, geeft aan dat het voor ambtsdragers belangrijk is dat ze hun gemeente goed kennen. Elkaar kennen is een basis om dingen te kunnen signaleren. Als je met gemeenteleden in gesprek wilt gaan over huiselijk geweld moet er binding zijn met elkaar. Als er een relatie en vertrouwen is, dan kun je met elkaar in gesprek gaan over dit gevoelige onderwerp.

Als er sprake is van huiselijk geweld, is er bijna altijd sprake van onmacht, een schreeuw om hulp. In dat gezin is hulp nodig! Onveilige situaties moeten zo snel mogelijk worden gestopt.

Wat doet u als er signalen zijn? Denk niet dat het helpt om met de dekmantel der liefde te bedekken of dat we als christenen dit onder ons houden. Niemand is er mee geholpen als u niets doet. Stel u voor als iemand over tien jaar bij u komt en vraagt waarom u niets gedaan hebt terwijl u er vanaf wist. Ga als ambtsdrager het gesprek aan. Ga bij de ouders uitvragen wat er speelt in het gezin. En gaat u dan niet boven, maar juist náást deze ouders staan. Op basis van gelijkwaardigheid gaat u het gesprek voeren. Geef maar eerlijk aan: “Ik maak me zorgen, wat is er aan de hand?” Beloof niet dat u er met niemand over zult spreken. Maar geef aan dat u zorgvuldig en vertrouwelijk met de informatie om gaat en het met iemand zult bespreken als dat noodzakelijk is. Neem ook altijd de betrokkenen hierin mee.

Professionele hulp

Als er problemen zijn, stimuleer dan professionele hulp te zoeken. U kunt de ouders daar eventueel bij ondersteunen. Denk niet dat u zelf deze ouders wel kunt helpen. Handel dus niet alleen, maar vraag advies bij Veilig Thuis of bij de aandachtsfunctionaris van De Vluchtheuvel. Uiteraard kunt u met een medebroeder of met een hulpverlener overleggen. Maar stap niet in de valkuil dat u het met anderen bespreekt, terwijl u niet spreekt met degene waar het om gaat. U moet steeds in open contact blijven met de betrokkenen. En als het zoeken van hulp geweigerd wordt? Dan hebt u als ambtsdrager de taak om verder stappen te ondernemen. Als u signalen hebt en u hebt het met een professional en met de betrokkene besproken, overweeg dan of u een melding moet doen bij Veilig Thuis. Geen gemakkelijke stap! U kunt zich onzeker voelen of bang zijn voor alles wat gaat gebeuren. Ook bij deze overweging kan Veilig Thuis of De Vluchtheuvel u ondersteunen. Helaas worden er bij Veilig Thuis ook fouten gemaakt. En melden betekent ook niet altijd dat het goed komt met dat gezin. Toch hebt u de taak om hierin uw verantwoordelijkheid te nemen. Met uw hulp kan men de situatie, zo mogelijk, veilig krijgen.

Wilt u dat er iemand met u meedenkt of wilt u een bijeenkomst organiseren rondom dit thema? Kijk dan eens op de website van De Vluchtheuvel.

Hennie Zwanenburg, preventiemedewerker bij De Vluchtheuvel