Thema: Opvoeding

De regen striemt tegen de ramen. Buiten én binnen stormt het. Na 3 dagen binnen zitten zijn de kinderen het zat. Speelgoed vliegt door de lucht en een paar rake klappen vallen. Gepaard gaand met de nodige indianenkreten. Leve de herfstvakantie! Zie als moeder deze herfststorm maar eens te trotseren…

Regenachtige vakantiedagen: voor veel ouders komt vroeg of laat de vraag waar ze hun kroost eens even mee bezig kunnen houden, zonder dat het blijft stormen. En je zult de eerste niet zijn die zich mee laat slepen naar een overdekte speelzaal… Klauteren en klimmen, bezwete koppies en stinkende ballenbakken. Alles voor het goede doel. En daar zit je dan. Vol verwachting, achter een bakje koffie en een (puzzel)boek of haakwerk én in de buurt van de peuterafdeling, zodat je je jongste goed in de gaten kan houden. Snakkend naar wat tijd voor jezelf. Ondertussen hou je toch met een half oog in de gaten wat de kinderen gaan doen. De oudsten zie je al snel bovenin de klimtoren. De eerste keer dat de top bereikt is, wordt er nog gezwaaid en daarna gaat het in rap tempo verder. En als er dan ook nog een schoolvriendje de klimtoren binnenkomt, is de pret compleet en mama helemaal buiten beeld. De pre-kleuters hebben wat meer begeleiding nodig; schoenen uit, schoenen aan de kant, hier blijven…, niet verder gaan…. Maar als je kleintje het eenmaal door heeft, dan geniet ook die van het ballenbak en het klauteren. En speelt hij voorlopig rustig verder: trappetje op en glijbaan af, trappetje op en glijbaan af; eindeloze herhaling van pret als hij tussen de ballen landt.

Anderhalf uur later: je bent begonnen aan je tweede bak koffie. De kinderen weten inmiddels hoe de klimtoren werkt en langzamerhand worden er nieuwe dingen van stal gehaald: de bouwblokken worden versleept en dan komt het moment dat het vriendje van je zoon in de ballenbak bij jouw jongste zit. Ondanks de grote letters dat die zone is toegestaan voor kinderen tot 4 jaar en hij al in groep 3 zit. De eerste 5 minuten is er niks aan de hand, maar dan vliegen de ballen over en weer en uít de ballenbak. Je jongste kijkt het eens aan en gaat gezellig meedoen. Gedaan is het met je rust. Wat nu? Hulp van de ouder van het andere kindje lijkt ver te zoeken. Dan maar je eigen kindje aanspreken: geen ballen gooien! Het lijkt een minuut te helpen, maar vervolgens vliegen de ballen er aan alle kanten uit. Ineens barst je kleine in huilen uit: een bal heeft zijn gezicht geraakt. Boos sta je op en lees je het vriendje van je zoon de les; hij is tenslotte al lang 4 geweest en hoort niet meer in de ballenbak! Weg is de rust.  Terwijl je je zoon troost en hem wat drinken en een snoepje geeft, ziet je zoon van 5 zijn kans schoon om ook eens naar dat ballenbad te gaan. Als de gemoederen gekalmeerd zijn, zie je hem zitten. Ach… hij speelt lekker en hij is nog maar 5. Je bent al lang blij met de weergekeerde rust.

Totdat… het vriendje van je zoon langs komt en -met lichte triomf in zijn stem- tegen je zegt: “Pim mag toch ook niet in de ballenbak? Hij is ook al 5!” Je eerste impuls is om die brutaliteit de kop in te drukken; waar haalt hij het lef vandaan met z’n geklier? Maar nog voor je je mond open kan trekken, realiseer je je dat hij een punt heeft. Want ondanks dat je zoon nog maar net jarig geweest is en klein van stuk is, is hij geen 4 meer. En in plaats van tekeer te gaan tegen het vriendje van je zoon, loop je naar de ballenbak en neem je je zoon mee. Eind goed. Al goed.

Voorbeeldgedrag: hoe belangrijk voor een kind! Laat zien dat je zelf het 5e gebod (dus ook de regels in de overdekte klimhal) serieus neemt. Dat je niet alleen naar de geest, maar ook naar de letter van de wet handelt. Laat uw ja, ja zijn en uw nee, nee. Laat uw 4, 4 zijn en geen 5. En dan moet ik ook in dit geval nog vaak denken aan de titel van een boekje wat een oud-collega van me ooit schreef “opvoeden, boeiend en vermoeiend”. Gelukkig ook boeiend! Want zo is er zelfs op een stormachtige herfstdag nog genoeg te leren.

Suzanne den Breejen
Psychologe Stichting De Vluchtheuvel