Thema: opvoeding

De zomervakantie biedt een mooie gelegenheid tot reflectie op het achterliggende schooljaar. Iedere periode geeft zo zijn specifieke gedachten over wat best lekker liep en wat beter had gekund.

Onze leerlingen zijn echte helden. Ik bewonder hun moed. Elke schooldag stappen ze in de bus of op de fiets en komen meestal opgewekt naar binnen. Hen wacht weer een dag vol uitdagingen. Natuurlijk bieden we zoveel mogelijk structuur en zijn we (bijzonder) voorspelbaar in ons leerkrachtgedrag. Dan nog blijft er genoeg over om over te kunnen struikelen. Werk dat niet aansluit bij hun belevingswereld. Te moeilijk of te makkelijk. Te veel of te weinig. Prikkels van binnenuit of juist gebrek daaraan, waardoor ze ernaar op zoek gaan en dus niet tot leren komen. Dyslexie dat in elk vak voor de nodige narigheid zorgt. Een akkefietje in de pauze. Dealen met angsten vanuit een trauma. Waar halen ze de moed vandaan om toch iedere dag hun schouders eronder te zetten!

Sommige kinderen verwachten duidelijk hun kracht van de Heere.. Anderen spreken zichzelf moed in door als ze zich bang voelen, een Bijbeltekst te citeren. Of brengen bij de dagopening hun moeilijkheden en opzien in als een gebedspunt.

Onze kinderen zijn inderdaad dappere doorzetters. De eerlijkheid gebied te zeggen dat er ook dagen zijn waarop we ons afvragen hoe we hen aan het werk kunnen krijgen en houden. Alle tips en tops met betrekking tot motiveren ten spijt. Liv kan kiezen of ze begint met spelling of liever met rekenen. Ze houdt vol dat ze wil tekenen. Hoe hard de onderwijsassistent probeert Eva het gevoel te geven dat ze de sommen echt kan maken, ze blijft glazig naar haar schrift staren. David weigert zijn boek open te doen, want hij is nog steeds verbolgen over wat er in de pauze is gebeurd.

Hoe we het wenden of keren, er moet gewerkt worden. Moeten roept aversie op. Mag een kind kiezen, dan moet er ook echt iets te kiezen zijn. Voor loze complimenten koopt niemand iets. Ze weten het maar al goed wanneer hun werk beneden de maat is.

De weerstand breekt doorgaans als kinderen verbondenheid ervaren. Verbondenheid in een gezamenlijk doel. Niet alleen het doel van de juf, maar iets om samen na te streven. Verbinding doordat leerkracht en ieder die bij school betrokken is, insteekt op relatie. ‘Ik zie jou, je worsteling met wat je zo moeilijk vindt. Ik erken dat school voor jou niet leuk is. Waarmee kan ik jou helpen? Wanneer denk je dat het wel lukt om aan het werk te gaan?’

Een knipoog in het voorbijgaan. Een duim omhoog ter bemoediging. De drempel van de school slechten door een leerling al op het plein tegemoet te komen en mee naar binnen te nemen. Kortom: betrokkenheid tonen in kleine dingen.

Deze kwetsbare kinderen mogen we na de vakantie weer elke dag op school ontvangen. Wat een zegen dat er ook voor hen christelijk-reformatorisch onderwijs is. Waar in verbondenheid met het Woord van God de onderlinge verbinding gestalte krijgt.  

Anna-Sofie van Dam