Thema: Pastoraat

Stilletjes luister ik naar het geëmotioneerde verhaal van de dame die tegenover me zit. Ze oogt radeloos. De vormen, gebruiken, taal en inhoud waar ze in onze gemeente tegenaan loopt, zijn zo anders dan in de Oud Gereformeerde Gemeente waar ze is opgevoed. Hoewel ze toch alweer vele jaren tot onze gemeente behoort, lijken de verwarring en de frustratie daarover niet minder te worden. Samen vormen ze voor haar een steeds groter wordend obstakel om onbevangen de prediking van het Woord te beluisteren.

Later die avond zit ik aan tafel met een jonge man. Ook hij heeft grote moeite met de vormen, gebruiken, taal en inhoud zoals die naar voren komen in onze gemeente. Het is allemaal ouderwets, het schept afstand en maakt de Bijbelse boodschap onverstaanbaar voor jongeren. Kan het niet eenvoudiger en praktischer? Ook bij deze jonge man zit het zo hoog dat onbevangen luisteren niet meer mogelijk blijkt. Als ik dacht dat de preek van afgelopen zondag hem toch wel zal hebben aangesproken, heb ik het mis. In die heerlijke vis zat kennelijk toch nog een lelijke graat.

Veel ambtsdragers zullen bovenstaande situatieschets herkennen. Diversiteit in de gemeente leidt tot pijn en die pijn kan blokkerend werken op het gemeente-zijn. De meest nuchtere broeders zullen er hun schouders over ophalen. Streep de kritische reacties tegen elkaar weg en je kunt rustig je weg vervolgen, nietwaar? Bovendien: iedere gemeente heeft zo z’n vleugels en zonder vleugels kun je niet vliegen! Misschien is dat soort nuchterheid ook wel een gave. Misschien helpt het om rustig te luisteren, zodat zowel de oudere dame als de jonge man even het eigen verhaal kwijt kan.

Meer bevlogen ambtsdragers ervaren wellicht de neiging partij te kiezen. Maar zijn de pastoranten daarmee geholpen? Het dieperliggende probleem is dat hun betrokkenheid bij de gemeente menselijkerwijs gesproken nauwelijks nog vruchtbaar kan zijn. De prediking die bij anderen tot verootmoediging leidt, stuit bij hen op de gegroeide obstakels. Grote vraag is hoe die uit de weg geruimd kunnen worden. Is bestraffing of correctie nodig, omdat de mens uiteindelijk zelf verantwoordelijk is voor zulke obstakels? Of zijn begrip en empathie in dit geval herderlijker?

Helaas blijft het onderwerp ‘omgaan met kritiek’ in het prachtige boekje Van hart tot hart (J.H. Mauritz en ds. L. Terlouw, Den Hertog: 2016) wat onderbelicht. Toch valt daar deze behartenswaardige passage te vinden: “De ambtsdrager doet er goed aan te luisteren naar de kritiek. Waar heeft de ander moeite mee? Het is ook belangrijk om te letten op ‘het verhaal achter het verhaal’. Welke emoties en persoonlijke ervaringen klinken in de kritiek door? Ambtsdragers zijn geroepen om ook in dergelijke situaties liefdevol te handelen”.

Zulk liefdevol en tactvol handelen valt niet zo zwaar zolang de leiding van de Heilige Geest wordt ervaren en de geestelijke voorraad strekt. Vermoeiend wordt het als het menselijke op de voorgrond treedt en woorden en gedachten ingewikkelder worden. Voor die situaties dan nog deze bemoediging uit de pen van de Britse prediker Charles Hadden Spurgeon: “Er is geen leidsman van de kudde die nu en dan niet wenst van het geblaat der schapen verlost te zijn, want soms blaten zij op zo heel verschillende toon (…) Maar ik heb spoedig bemerkt dat de beste wijze om van het geblaat der schapen verlost te worden, hierin bestaat dat men ernaar streeft vervuld te zijn met de geest van de Goede Herder.

Peter van Olst