Thema: Jongerenpastoraat

Als ik mijn studenten aan de pabo vraag of zij weten waar ‘YOLO’ voor staat, blijkt dat vrijwel altijd zo te zijn. “You Only Live Once” – je leeft maar één keer, is een heel bekend motto. Het is in een notendop de belijdenis van het algemeen, ongetwijfeld geloof van de seculiere meerderheid in onze post-christelijke samenleving. Zouden de studenten beseffen hoe diametraal déze belijdenis tegenover de Apostolische Geloofsbelijdenis staat?

De vraag die daar onmiddellijk op volgt, is of wij – hun opvoeders en pastoraal begeleiders – het zélf wel beseffen.

Hebben we enig idee van de gedachten- en belevingswereld waarin onze jongeren opgroeien? Ik noemde zo-even de post-christelijke samenleving. Maar eigenlijk zijn we die alweer voorbij. Nederland is een multiculturele, pluralistische samenleving geworden. Een daarbinnen vormen wij een kleine, merkwaardige religieuze minderheid.

We proberen onze jongeren veilige grenzen te bieden: bloeiend kerkelijk verenigingsleven en vitale eigen scholen. We mogen daar heel dankbaar voor zijn. Maar haarfijn voelen de jongeren wel aan dat dichtbij huis heel veel andere meningen en levensovertuigingen te vinden zijn. Het binnen druppelende pluralistische levensgevoel wordt door de sterkste dijken niet tegengehouden. Welke jongere haalt zijn nieuws nog voornamelijk uit het RD? Ik kom ze eigenlijk niet tegen.

Meer doen

We kunnen daar in catechese en onderwijs op reageren door nog meer van hetzelfde te doen. Dat zit ons in de genen. We staan immers voor de Oude Waarheid? En die is niet veranderd. Die zal ook dit wonderlijke tijdsgewricht – misschien het laatste voor de wederkomst? – wel verduren. Onverdroten gaan we door met het uitstallen van wat we zelf vroeger ook geleerd hebben. Wat we van de vaderen ontvangen hebben, onthouden we onze kinderen en kindskinderen niet.

Dat is ook prachtig. Maar wie daarmee klaar is en het erbij laat, heeft het tóch niet goed begrepen. Onderwijs, catechese en ook veel breder de christelijke opvoeding mogen nooit worden losgezongen van pastoraat. Leiders heten in de Bijbel herders. En herders lopen – ook in alle religiositeit – het grote risico om te vallen in de valkuil van het weiden van zichzelf. Het herder-hoofdstuk uit de Bijbel, Ezechiël 34, is daar één grote aanklacht tegen.

Op de CGO-cursus gaf ds. L. Terlouw les over het pastoraat uit het handboek ‘Liefdevol oog en open oor’. Die titel was ontleend aan een gedicht van Michel van der Plas, geciteerd in het Woord vooraf:

De goede herder zit niet in de stal

tussen de schatten van zijn zekerheid

en op de kussens van de wet. Hij weidt

zijn schapen en hij volgt ze in het dal.

 

Hij leest ze niet uit de wetsrollen voor,

zetelend, door de open deur. Hij slaat

ze niet, met strenge stem en staf, hij gaat

ze na, liefdevol oog en open oor.

 

Leunstoel

Dit gedicht zet mij aan het denken. Als man, als vader, als ambtsdrager. Ben ik een herder? Ben ik bereid de schapen te volgen in het dal? Mijn jongens, mijn catechisanten, onze jongeren… ze groeien op in de pluralistische samenleving waar ieder zo z’n waarheid lijkt te hebben, waar maximale zelfontplooiing het hoogste doel lijkt te zijn en waar ‘YOLO’ het leidende principe is. Daar kan ik vanuit mijn leunstoel de staf over breken, maar weet ik werkelijk waar ik over praat?

Een eenvoudig voorbeeld om het bovenstaande toe te lichten, vinden we op het terrein van de seksuele diversiteit. Hoe reageren we als een jongere blijk geeft van een andere geaardheid. Voelen we ons al heel pastoraal als we reageren: “Je mag het zijn hoor, je mag het alleen niet uitleven”? Peilen we dan de nood van zo’n jongen middenin een samenleving die hem van alle kanten toeroept: “You Only Live Once, probeer er wat van te maken, anders word je doodongelukkig”?

Juist vanuit de oude waarheid van Gods Woord en het algemeen ongetwijfeld geloofsbelijden van de kerk der eeuwen is het mijn taak om de leunstoel uit te komen en betrokken te zijn op de samenleving, hoezeer ik die ook als problematisch ervaar. Laat ik eens meekijken op de smartphone en napraten over het nieuws dat mijn jongens tot zich nemen. Die pastorale houding leren we van Hem Die in onze werkelijkheid afdaalde om de grote belofte van Ezechiël 34 te vervullen.

Hij is de Goede Herder.

Peter van Olst