Thema: opvoeding

Het lijkt zo simpel: er zijn letters; letters vormen woorden en woorden rijgen zinnen.Zinnen weven een verhaal. Een verhaal dat spannend, informatief, leuk, saai of nietszeggend is. Opgegroeid met lezende grootouders en een vader die op zijn zeer hoge leeftijd nog steeds met zijn neus in één van zijn honderden (theologische) boeken zit, lijkt lezen in de genen te huizen. Iets wat gewoon bij het leven hoort.

Blijdschap en frustratie

In mijn dagelijks werk ontdek ik dat het helemaal niet zo simpel en gewoon is als het lijkt. Twee keer per jaar komen bijna alle kinderen langs om ‘AVI te lezen’ zoals zij dat noemen. Al weken van tevoren klampen ze me in de gang aan met de vraag wanneer ze eindelijk aan de beurt zijn.

Eerst oogsten we samen een minuut lang het aantal foutloos gereproduceerde woordjes. Sommige kinderen voorspellen op de kop af hoeveel dat er zullen zijn. Anderen wagen zich niet daar niet aan. Daarna krijgen ze een tekst voor de kiezen, die binnen een bepaalde tijd en met een vooraf vastgestelde foutenmarge, gelezen moet worden. De tijdsdruk vormt voor onze populatie leerlingen een enorme belemmering. Wat als je van nature langzaam spreekt; vertraagd handelt; snel afgeleid bent door geluiden om je heen; overal de humor van inziet en elke zin van commentaar moet voorzien? De stopwatch die de tijd bijhoudt, tikt genadeloos door. Natuurlijk helpt het om een bladwijzer te gebruiken. Geef ik erkenning voor de moeite die de kinderen kunnen hebben met het ontcijferen van de tekst.  En op de inspanning volgt altijd een beloning. De blijdschap van weer een AVI niveau erbij is groot. ‘Dan kan ik veel spannender boeken uitkiezen.’ De frustratie als het (opnieuw) niet lukt, ook.

Hoog doel

Als lezen niet leuk is, dan laat je boeken voor wat ze zijn. En wordt er niet geoefend. Niemand hoeft een hoogvlieger te worden. Iedereen zou wel zelf uit de Bijbel moeten kunnen lezen. Dat hoge doel en het lage gevoel van welbevinden dat ik vaak ervaar bij zwakke lezers, dagen me uit om kinderen toch aan het lezen te krijgen.

Vorige week zat Kevin bij me aan tafel. Hij kwam voor een praatje en een spelletje. In de schoolbieb had hij een boek moeten kiezen. Hij droeg het nog onder zijn arm toen hij binnen kwam. ‘Nee, hij hield niet van lezen. Saai. Veel te moeilijk. Kinderachtige boeken.’ Samen bekeken we het meegebrachte boek. Hij las een stukje voor. Het klonk leuk. De leestoetsen lagen al klaar voor gebruik. Ik schoof een tekst op zijn niveau onder zijn neus. “Lees dit nou ook nog eens even voor? Goed gedaan! Nog eentje dan.” Meneer ging twee niveaus vooruit en was de koning te rijk. Hij sprong overeind en riep: “Watte? Heb ik AVI gelezen? Zo is het leuk!”

Simpeler kan het niet. Aansprekender vaak wel. In het belang van een hoog doel.

Anna-Sofie van Dam