Thema: pleegzorg

Binnen een half uur staan we weer buiten. We hebben net een zitting in de rechtbank achter de rug. Het ging over de voogdij over de kinderen. De rechter spreekt uit dat wij de voogdij over onze pleegkinderen toegedeeld krijgen. Wat een bijzonder moment! Op deze manier hebben we nu toch kinderen mogen ontvangen... Natuurlijk zijn we blij dat wij nu, na jaren wachten, zelf de beslissingen over de kinderen mogen nemen, dat we niet meer te maken hebben met de steeds wisselende voogden en dat het nu juridisch rond is dat deze kinderen altijd bij ons mogen blijven. Toch voelt het ook zo dubbel. Want wat is het verdrietig voor deze biologische ouders als zelfs dit laatste (het gezag over je kind) je helemaal uit handen wordt genomen.

Bij thuiskomst hebben we de kinderen nieuws te vertellen... Ze zijn buiten aan het spelen als wij thuis komen. We roepen de kinderen bij ons, nemen allebei één van de kinderen op schoot. We willen de uitkomst van de rechtszaak ook met onze kinderen delen.

"Papa en mama hebben vanmiddag met een mevrouw gepraat. De mevrouw heeft nu opgeschreven dat jullie altijd hier mogen wonen. Dus als iemand vraagt of we het kunnen laten zien dat jullie altijd hier mogen blijven, dan kunnen we dat papier laten zien. En, papa A en mama B (de biologische ouders) vinden het ook goed dat jullie altijd hier blijven, dat hebben ze nu ook gezegd."

We zijn nog maar net uitgesproken en de kinderen springen van schoot en zijn verdwenen. Wij kijken elkaar aan. Was dit dan niet de goede timing? Geen opmerking, geen vragen. Was het toch niet duidelijk genoeg? Begrijpen ze niet waar het uiteindelijk over gaat? Of is dit hun manier van verwerking?

Even later is het etenstijd. We praten over van alles en nog wat. Als het tijd voor het toetje is, loopt ineens de oudste van tafel. "Wat ga je doen?", vraag ik. "Ik ga bidden" zegt hij. Hij loopt naar buiten en gaat op zijn knietjes bij de tuinbank zitten. We horen hem wat mompelen. Als hij binnenkomt, vraag ik of ik mag weten wat hij tegen de Heere heeft gezegd. Met een stralende blik kijkt hij me aan en zegt: "dat kunt u toch wel raden?" Ik haal mijn schouders op en zeg dat ik het niet weet. Dan zegt hij: "dat weet u toch wel?" "Als jij het wilt vertellen, wil ik het graag van je horen." "Nou, dat begrijpt u toch zeker wel. Over vanmiddag, over die mevrouw, wat die mevrouw heeft gezegd."

Ik ben geroerd. En zeg dat tegen hem. "Papa en mama hebben vanmiddag ook de Heere gedankt, wat fijn dat jij dat nu ook zelf hebt gedaan." Zo'n kleine jongen die vanmiddag niet reageerde op wat we vertelden. Hij weet dat je God voor alle dingen mag danken. En nu brengt hij dat zo mooi in praktijk. Nu gaat hij zelf met zijn dank naar de Heere. Een betere plek is er niet!

Leönie

pleegmoeder