Thema: jongeren en de gemeente

Kerkverlating, een onderwerp dat ongetwijfeld met regelmaat terugkomt op de agenda van kerkenraadsvergaderingen. Punt van grote zorg. Toch signaleren we ook een andere kant. Met regelmaat ontmoeten we ook jongeren met een grote betrokkenheid op Gods Woord en dienst.

Een voorbeeld hiervan zagen we onlangs op een Bijbelstudieochtend voor jongeren die het praktijkonderwijs gevolgd hebben. Naar aanleiding van een lezing van Andrea van Hartingsveldt-Moree dachten zij na over de kerkdienst. Hoe bereid ik me voor op een kerkdienst? Wat helpt mij om de preek beter te onthouden? Twee consulenten van Helpende Handen en een lid van de organisatiecommissie fungeerden als gespreksleider toen de jongeren in groepjes verder doorpraatten over het onderwerp. En wat viel op? Geen drang naar kerkverlating. Het tegendeel. Bij verschillenden van hen een grote betrokkenheid op de preek, op het gebed, op het persoonlijk lezen van de Bijbel. We zeggen niet te veel als bij enkelen van hen een duidelijke honger naar het Woord werd waargenomen. “De preek kan voor mij niet lang genoeg duren”, zei een deelnemer. Zijn buurman sloot zich daarbij aan. Een volgende gaf aan op zondagmiddag alvast een preek uit een Catechismusverklaring te lezen, als voorbereiding op de leerdienst. “En hoe kun je weten of de Heere echt in je werkt”, zo verzuchtte weer iemand anders. De gespreksleiders werden er stil van. Geen sprake van kerkverlating. De kerk verlaten? Alstublieft niet. Het ergst denkbare voor de meeste van de deelnemers aan deze bijeenkomst. Kerkverlating: een zorg? Ja, een grote zorg. Kerkverlating, een zorg? Nee, toch ook weer niet. De God van Guido de Brès staat er garant voor. Het staat zwart op wit in artikel 27 van de NGB: “…gelijk daaruit blijkt dat Christus een eeuwig Koning is, Dewelke zonder onderdanen niet zijn kan”. En die onderdanen zeggen hun lidmaatschap nooit op.

Leo Huisman
Consulent Vereniging Helpende Handen