Thema: opvoeding

Het neigt enigszins naar een haat – liefdeverhouding tussen CITO en mij. Meten is weten. Daar valt weinig tegen in te brengen. En je wilt toch dat een kind zich ontwikkelt. Dat je in ieder geval een groei ziet ten opzichte van zichzelf.

Eerlijk is eerlijk, meestal zijn de toets weken best overzichtelijk voor de kinderen. Ze krijgen gewoon een gerichte opdracht: maak deze toets. In de klas is er meer tijd voor lezen, kleuren, knutselen – mits dat zachtjes gebeurt en niemand er last van heeft – en de pauze valt regelmatig wat langer uit. En tot mijn grote verbazing is de AVI toets favoriet. Zodra het CITO virus door de school waart, klampen kinderen me in de gang aan. ‘Wanneer mag ik eindelijk AVI komen lezen?’ Dat vind ik dan wel weer leuk. Spannend ook. Want de teleurstelling is groot als de stopwatch laat zien dat het leestempo nog te laag ligt. Dan weet ik weer waarom ik eigenlijk een hekel heb aan toetsen.

Meten is niet alles weten

Het voelt naar dat een kind zich zo'n domoor voelt omdat het maar nauwelijks tot lezen komt. Weer geen AVI niveau gehaald! Maar meten is niet alles weten. Een kind is vele malen meer dan zijn resultaat. Het kale cijfertje zegt niet alles over wat het wel kan. Want ditzelfde kind zegt tijdens een viering zonder haperen een tekst op.

Het resultaat laat soms weinig zien wat het een kind met een emotionele rugzak gekost heeft om het te behalen. Hoe kom je tot leren als je je allerlei omstandigheden geen raad weet en dan maar de clown uithangt? Schijnbaar uit het niets ontzettend boos wordt en veel instructie mist? En nergens lees je terug dat hij als hij uitgeraasd naast me zit, me toevertrouwt dat hij echt veel van de Heere God houdt.

Bijbels opdracht

Niets gaat op onze school vanzelf. Ook bij ons op het SBO moeten kinderen, wat ik daar ook van vinden mag, CITO toetsen maken en hard werken om tot ontwikkeling te komen. Maar op hun niveau en tempo. Met oog voor hun sterke kanten, die vaak op andere terreinen liggen dan op leergebied.

Wat een voorrecht juist met deze kinderen te mogen werken. Op de plek waar de Bijbel opengaat en kinderen gevormd worden voor het leven. Om zo gestalte te geven aan de Bijbelse opdracht om de kinderen - juist ook de kinderen die op welke manier dan ook in onze ogen 'kansarmer' zijn - bij Jezus te brengen.

Anna-Sofie van Dam