Thema: pleegzorg

“Kan Joost volgende week woensdag op een feestje komen?” De moeder van een klasgenoot van Joost stuurt me dit berichtje. Op die dag staat er echter een bezoekregeling met de biologische ouders gepland. Ik weet dat Joost een feestje leuk vindt, maar de afspraak met ouders staat ook. Dus ik heb nu een dilemma. Hoe ga ik dit oplossen?

Ik reageer naar de moeder dat ze Joost gewoon de uitnodiging mag geven en dat ik wel even kijk hoe ik dit op ga lossen.

Meestal vertel ik pas kort van te voren dat er een bezoekregeling met biologische ouders op het programma staat. Dit doe ik heel bewust, omdat zo’n boodschap vaak al veel spanning oproept. Maar nu ontkom ik er niet aan. Ik moet toch met Joost bespreken wat we gaan doen. Die middag vertel ik tegen hem dat een moeder me een bericht heeft gestuurd over een feestje, maar dat er op die dag ook een bezoekregeling gepland staat. Ik spreek af dat we samen nog over een oplossing zullen nadenken.

De volgende middag sta ik bij het schoolhek op Joost te wachten. Hij komt zwaaiend met een uitnodiging in  zijn hand naar me toe. “Mam, ik mag naar het feestje van T. Ik ga dan écht niét bij papa en mama spelen. Bekijk het maar, ik ga gewoon naar het feestje.” Nou, dat is duidelijke taal, Joost heeft blijkbaar voor zichzelf al een keuze gemaakt. En daar sta ik bij het hek, met andere moeders om me heen en een zoon die zijn standpunt even duidelijk maakt… Ik begin: “Ik begrijp dat je graag naar het feestje wilt, dat is super leuk, maar je weet dat we ook bij papa en mama zouden gaan spelen.” “Daar geef ik niks om, ik ga gewoon niet mee, ik ga gewoon naar het feestje”. Zoonlief blijft bij zijn standpunt en geeft dat ook nog eens duidelijk weer. Ik begin me nu toch wat ongemakkelijk te voelen met alle ogen van die andere ouders op me gericht. Het lijkt me beter om dit thuis verder uit te zoeken. Gelukkig gaat Joost daar mee akkoord.

Op een rustig moment ga ik nog eens met Joost in gesprek. Ik begrijp dat hij een feestje van een klasgenoot erg leuk vindt. Maar ik probeer ook uit te leggen in welke spagaat ik zit. “De vorige keer kon het bezoek niet doorgaan. En als ik nu tegen papa en mama moet zeggen dat we niet komen, vind ik dat  lastig. Ik vind eigenlijk dat we dat niet kunnen maken tegenover hen. Misschien kun je een andere keer bij het klasgenootje gaan spelen?” Maar nee, dat vindt Joost geen goed idee. Er is echt geen beweging in te krijgen bij  Joost, hij heeft zijn keuze al gemaakt. Als ik vraag naar andere oplossingen, zegt hij dat ik dan maar samen met zijn zusje naar de bezoekregeling moet gaan en dat hij naar het feestje gaat. Als ik aangeef dat zijn ouders hem dan niet zien, is zijn eenvoudige antwoord: “dan zien ze me toch de volgende keer bij de bezoekregeling wel.”

Ik vind het echt knap dat Joost zijn eigen ideeën zo naar voren kan brengen en dat hij ook voor zichzelf durft te kiezen. Hij zit dus niet in een loyaliteitsconflict, dan zou hij zijn eigen gevoel aan de kant hebben gezet en voor zijn biologische ouders toch naar het bezoek zijn gegaan. Hij durft nu echt voor zichzelf op te komen. En er wordt me nog iets duidelijk… Een feestje van een klasgenoot levert hem dus blijkbaar méér op dan een bezoek aan zijn biologische ouders. Dat geeft stof tot nadenken…

Leönie 

(pleegmoeder)